In dit laatste e-zine van 2025 raadt Sereh Mandias ons allen aan om in Antwerpen een tentoonstelling te bezoeken over onze omgang met groen in de stad. Mandias won deze zomer de Geert Bekaert-prijs voor architectuurkritiek, met een tekst over de verbouwingsplannen van museum Boijmans van Beuningen. De prijs is in 2013 door platform Archined bedacht om het debat over wat goede architectuur is te stimuleren.
Precies hierover kwam ik op Linkedin in gesprek met Wouter Vanstiphout. De architectuurhistoricus beweert dat ontwerpkritiek in veel gevallen niet meer draait om het kraken van een gebouw of het fileren van artistieke of esthetische prestaties. In plaats daarvan, schrijft hij, richten hedendaagse architectuurjournalisten en critici hun pijlen ‘op de systemische en politieke problemen die slechte architectuur in de hand werken’. Daarnaast zetten ze geslaagde ontwerpen in het zonnetje om steun te geven aan hen die het beste voorhebben met de gebouwde omgeving.
Ik schreef hem dat dit precies is hoe Blauwe Kamer – en in het kielzog het jaarboek dat we afgelopen zaterdag tijdens een feestelijke bijeenkomst in Breda presenteerden – zich positioneert. Naast het inspireren en bij de les houden van de ontwerpwereld, zetten we journalistieke middelen in om beleidsmakers, maatschappelijke organisaties, politici, ontwikkelaars en financiële partijen te laten zien waartoe ruimtelijk ontwerp in staat is. Tegelijkertijd leggen we in onze stukken de weeffouten bloot in de politieke en marktgedreven context. Daarmee vragen we aandacht voor de koerswijzingen die nodig zijn om planning en ontwerp een sleutelrol te geven in de aanpak van actuele vraagstukken. Op die manier, zo menen wij als redactie, komen we tot aanlokkelijke en consistente vergezichten van hoe we onze steden en landschappen eigenlijk zouden moeten inrichten.
Lijkt me een mooie kerstgedachte.
Mark Hendriks, hoofdredacteur
De historische singelstructuur van Zwolle verandert de komende tijd in een eigentijds en toekomstbestendig stadspark. De ontwerpers van bureau Felixx bedachten een vier kilometer lange route die langs tuinen en culturele attracties voert, langs stadspleinen en natuurzones aan het water, langs monumenten en historische hotspots. Vanzelfsprekend biedt het park straks een aangenaam decor om te verblijven, te wandelen, te fietsen en te sporten. Tegelijkertijd levert de vernieuwde singel een bijdrage aan de aanpak van actuele klimaatopgaven. Het Zwolse singelpark biedt verkoeling op hete dagen en bergt overtollig regenwater na zware buien. De aanleg van ecologische oevers en het gebruik van klimaatbestendige beplanting zorgt dat de stedelijke biodiversiteit aan kracht wint.
Project visie voor singelpark
Locatie Zwolle
Ontwerper Felixx Landscape Architects & Planners
I.s.m. Sweco, Infram
Opdrachtgever gemeente Zwolle
Ontwerp 2025
In het project Geheugen van het ontworpen landschap verkent het Nieuwe Instituut hoe de rijke collectie aan tuin- en landschapsarchitectuurarchieven beter beschermd en benut kan worden. Er is nu namelijk geen duidelijke bewaarplaats, waardoor archieven versnipperen en verloren dreigen te gaan. Dit terwijl de papieren een schat aan informatie bevatten over hoe onze landgoederen, polders, bossen en waterwegen ooit ontworpen zijn.
Voor dit project bezocht fotograaf Johannes Schwartz acht archieven. Zijn serie laat zien wat we in tijden van digitalisering bijna uit het oog verloren zijn. Hij toont ons kasten met meters aan rapporten en boeken, stapels dozen in donkere kelders, rijen met kokers waarin wonderschone tekeningen opgerold zijn. Je zou er zo tegen kerst weemoedig van worden. Want hoe handig de cloud ook is, tegen de schoonheid van een houtskooltekening op kalkpapier van – pak ‘m beet Parc de la Vilette, de eerste Floriade of het Zuiderpark in Rotterdam – kan het in geen honderd jaar op.
VAN DE BNSP
De BNSP bestaat 25 jaar en het jubileum wordt gevierd op vrijdag 30 januari in Utrecht. Leden en partners zijn welkom tussen 14.00 en 17.00 uur om de schoonheid van het vakgebied te vieren met de presentatie van het boek Stand van de Stedenbouw en de uitreiking van de BNSP-prijzen.
VAN DE NVTL
De kerstvakantie is een uitgelezen moment om in Een vereniging van tuinkunstenaars te duiken. Het boek is uitgegeven naar aanleiding van het 100-jarig bestaan van NVTL en brengt ontwerpers en hun projecten tot leven aan de hand van rijke biografieën en bijzondere historische en hedendaagse foto’s. Zo wordt zichtbaar hoe de ontwerpen van toen zich hebben ontwikkeld tot volwassen parken, tuinen en plantsoenen.
Eerder dit jaar won Sereh Mandias de Geert Bekaert-prijs voor architectuurkritiek. Nu raadt ze iedereen aan om de tentoonstelling Getemde Natuur te bezoeken.
‘De expositie is te zien in het Vlaams Architectuurinstituut en gaat over onze omgang met groen in de stad. Als casus is Antwerpen gebruikt en met een bonte verzameling van archiefmateriaal laten de samenstellers zien welke politieke, economische en maatschappelijke overwegingen schuilgaan achter besluiten om wel of geen groengebieden aan te leggen. Neem de aanleg van een stadspark in 1860. Dit was voor het stadsbestuur een prestigieus project om een stukje geïdealiseerde natuur te maken. Maar omdat voor dit park een populaire promenade moest wijken, kwamen de Antwerpenaren in verzet. ‘Het historische overzicht laat zien dat discussies over groen van alle tijden zijn. Aan de ene kant herkent iedereen de noodzaak en het belang – vanuit welzijn, gezondheid, klimaat en biodiversiteit. Aan de andere kant zorgt de focus op bouwen en verdichten dat het inplannen van groen ondergesneeuwd raakt, en de druk op het bestaande groen toeneemt. Saillant: door de jaren heen blijken vooral burgers op te komen voor het groen in de stad, terwijl stadsbesturen nogal eens voor andere belangen kiezen.
‘In Antwerpen wordt al geruime tijd gewerkt aan plannen voor een ringpark op de plek waar nu de rondweg ligt. Dit blijkt lastig te realiseren, ook omdat de rondweg als iets onoverkomelijks wordt gezien. Maar wat blijkt uit deze expositie: tot de jaren 70 was die ring een informele groenzone, met grote betekenis voor omwonenden. Er zijn zelfs, voor de komst van de rondweg, allerlei plannen gemaakt om deze zone te behouden.’
Project herinrichting Begijnhof
Locatie Hasselt, België
Ontwerpers Bovenbouw Architectuur, David Kohn Architects
I.s.m. Bollinger+Grohmann, Triconsult, Arcade Groep, Architecten Beeck & Hermans, Landinzicht, Ingenieursbureau France, M-gineers
Opdrachtgever Provincie Limburg
Ontwerp en realisatie 2018-2025
Fotografie David de Bruijn, Stijn Bollaert
Ondanks de aanwezigheid van onder andere een kunstencentrum was het Begijnhof in het historische centrum van Hasselt lange tijd een verborgen plek. Mensen konden er wel komen, maar het hof waar ooit religieuze vrouwen woonden stond niet op het netvlies van bewoners en bezoekers. Daar is met het ontwerp van de bureaus Bovenbouw Architectuur en David Kohn Architects verandering in gekomen. Zonder het karakter van de omsloten en contemplatieve ruimte geweld aan te doen, toverden zij het hof om tot een uitnodigende groene openbare ruimte.
De ruïne van de Sint-Catharinakerk is heringericht tot een moderne ontmoetingsplek rondom een rechthoekige spiegelvijver. In de buitenmuur kwam een cirkelvormige toegangspoort die de toegankelijkheid van het hof bevordert. Trekpleister is de nieuwe uitkijktoren van maar liefst 30 meter hoog. Het bouwwerk moet de centrale ligging van het Begijnhof opnieuw markeren.
Het netwerk Wij Maken Nederland schreef een reactie op de dit najaar verschenen Nota Ruimte. Een van de initiatiefnemers Hans Leeflang licht toe.
Wat is jullie belangrijkste aanbeveling?
‘Dat het gesprek over ruimtelijke ordening breder gevoerd moet worden. Dat gebeurt nu niet. In de politiek wordt de Nota Ruimte versmald tot woningbouw, in de formatie komen de ruimtelijke dimensies van al die opgaven nauwelijks ter sprake. We hebben het in de vakwereld wel over “de grote verbouwing van Nederland”, maar in de samenleving gaat het amper over wat mensen te wachten staat.’
Hoe wakker je dat gesprek aan?
'Door het niet te hebben over abstracte duidingen van de toekomst, maar door concrete projecten centraal te stellen die iets van die toekomst zichtbaar maken. Waarom is iets een succes, hoe kunnen goede voorbeelden op andere plekken herhaald worden, welk beleid en instrumentarium is nodig?
De regio is een cruciaal speelveld.
‘In de Nota Ruimte staat dat elke regio telt. Dat is heel goed, maar dan moet je als Rijk wel vanuit de regio’s kijken en denken. Gebieden hebben te maken met allerlei sectorale programma’s en investeringen. Dit maakt dat ze daar vooral druk zijn met het voldoen aan regels en afspraken en niet toekomen aan de uitvoering van integraal ruimtelijk beleid. Wij pleiten voor “omwisselbeleid”, zoals ook toegepast in Ruimte voor de Rivier. Het Rijk geeft op hoofdlijnen aan wat ze voor ogen heeft, koppelt daar een interdepartementale geldstroom aan, zodat regio’s zelf aan de slag kunnen – passend bij de eigen opgaven en karakteristieken. Ik zie overigens dat in de Novexgebieden departementen wel samen optrekken. Die manier van werken willen we een duw in de rug geven.’
Het Rijk moet duidelijkheid geven. Jullie roepen op tot moedige keuzes.
‘Ja. Voor wonen gebeurt dat al wel, maar als het gaat om landbouw en natuur is het nog te veel pappen en nathouden. Ook op het vlak van economie mag er meer sturing komen. Het lijkt alsof de Nota Ruimte vooral de oude economie wil behouden, er klinkt nog weinig door van de economie van morgen, die fossielvrij is, circulair en ruimte-efficiënt.’
Nog geen abonnee, maar wel benieuwd naar de volgende editie?
Kijk hier voor onze abonnementen en aanbiedingen.
Mocht u als Blauwe Kamerabonnee het e-zine niet in uw e-mail ontvangen
dan beschikken wij mogelijk niet over uw juiste e-mailadres.
U kunt uw e-mailadres hier
doorgeven.